Openingsconcert

Jeugdig samenspel & traditie en avontuur

Eerste deel van het openingsconcert

Capella Juvenalis Pro Musica Antiqua o.l.v Caro Kindt
Het programma dat gebracht wordt: Belle qui tiens ma vie.

Capella Juvenalis pro Musica Antiqua voert liederen en dansen uit de late 15e en de vroege 16e eeuw uit – in Italië is de Renaissance dan al in volle bloei, in noordelijker streken leeft men nog in de nadagen van de Middeleeuwen. Een afspiegeling daarvan zien we enigszins terug in de overgeleverde beschreven dansen: de Fransman Arbeau beschrijft op zijn oude dag de dansen uit zijn jeugd en een groot aantal daarvan zijn branles, reidansen waarvan de eenvoudige basisvorm (kring of rij) teruggaat tot honderden jaren eerder. In de Italiaanse dansmanuscripten die rond 1500 vervaardigd werden, zien we daarentegen een groot aantal min of meer complexe balli, dansen die bestaan uit direct in elkaar overgaande korte stukjes in verschillende maatsoorten. Vrijwel alle dansen hebben gemeen, dat ze ieder hun eigen muziek hebben en dat die muziek vaak is gebaseerd op een bestaand, populair liedje dat iedereen kende. De beschreven dansen werden uitgevoerd door mensen met een grote mate van welstand: de adel en de rijke burgers, die de levensstijl van de adel graag imiteerden.
Het programma Belle qui tiens ma vie bevat een aantal formele dansen (Branle de la Torche, Pavane en Villanella), maar ook vrolijke groepsdansen, die zowel binnenshuis als buiten werden uitgevoerd (de Farandole op Pasa’el agua) of die een bepaald thema hadden en waarin iets werd uitgebeeld (hier: het thema strijd, in Branle de la Guerre en Les Bouffons).
Voltatí in ça Rosina is een ingewikkeld ballo, waarin de dansers laten zien dat ze met z’n drieën perfect unisono kunnen bewegen en moeiteloos van het ene in het andere ruimtelijke patroon overgaan, de Tourdion voert ons net iets verder de 16e eeuw in, als het dansen van ingewikkelde gesprongen variaties in zwang begint te komen. De Moresca is, evenals Les Bouffons, een theaterdans, oorspronkelijk uitgevoerd door een ‘Moor’: een danser met een zwart-gemaakt gezicht, een exotisch-aandoend kostuum en belletjes aan de benen. Luisterend en kijkend naar de gereconstrueerde liederen en dansen ontdekken we de kracht van de eenvoud. De schoonheid komt tot uiting via een universele taal, die ook de kinderen en volwassenen van nu nog verstaan.



In de pauze van dit openingsconcert van het festival Oude Muzieknu trakteren medewerkers van restaurantcafé Ridderikhoff u op enkele lekkernijen.

20:00 uur, Oosterkerk
€ 15,00 / CJP € 8,00 (incl. lekkere hapjes)