La Messe de Nostre Dame
van Guillaume de Machaut
Kamerkoor Erato o.l.v. Roel Griffioen
Guillaume de Machaut (ca. 1300-1377) werd geboren in de Champagnestreek. Hij was niet alleen
componist, maar bovenal priester. Als secretaris van Jan van Luxemburg, de koning van Bohemen, reisde
Machaut door grote delen van Europa. Rond 1340 werd de koning blind en hield hij op met reizen. Machaut
vestigde zich toen in Parijs en Reims om zich aan de poëzie en muziek te wijden. Toen de koning tijdens
een veldslag sneuvelde, kwam de componist in dienst bij verschillende Franse edellieden.
Machaut behoort tot de stroming van de Ars Nova. Deze componisten hanteerden een uitgebreider maatsysteem
dan hun voorgangers en legden de duur van de noten steeds nauwkeuriger vast. Ondanks zijn religieuze
achtergrond componeerde Machaut ook veel wereldse werken, zoals balladen en rondeaux. Erato zingt echter
zijn beroemdste religieuze werk: de Messe de Nostre Dame. Een tijd lang werd aangenomen dat deze mis
geschreven zou zijn ter gelegenheid van de kroning van Karel de vijfde in 1364. Nieuw onderzoek naar
de in de tenor partij gebruikte Gregoriaanse melodie wees uit dat de mis gecomponeerd moet zijn voor een
Mariafeest, te weten Maria geboorte, Maria Hemelvaart of Maria lichtmis.
La Messe de Nostre Dame
De mis bestaat uit een aantal vaste onderdelen: Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus en Agnus Dei.
Deze delen, die men het ordinarium noemt, zijn tijdens elke eucharistieviering hetzelfde.
Daarnaast werden en worden aan een mis steeds wisselende onderdelen toegevoegd, die men het proprium noemt.
Oorspronkelijk werd alleen het Gloria gezongen. In de 13e eeuw begon men ook de overige delen van het
ordinarium op muziek te zetten. Machaut was de eerste componist die een meerstemmige toonzetting van
een volledige mis componeerde. Hij sluit af met het 'Ite missa est', de heenzending van de gelovigen.
De Messe de Nostre Dame is een prachtig voorbeeld van middeleeuwse muziek met haar wonderlijke ritmes,
complexe structuur en ingetogenheid. Op veel plekken in deze mis past Machaut een stijl toe waarbij traag
verlopende onderstemmen (waarvan de tenor meestal de kenmerkende cantus firmus oftewel de gregoriaanse
melodie laat horen) versierd worden door ritmisch snelle en complexe figuren in de bovenstemmen.
Hierbij is de melodie van deze bovenstemmen vaak opgeknipt in fragmenten waarmee de stemmen elkaar
op virtuoze wijze afwisselen. Aan het einde van het Gloria is deze rol overigens bij uitzondering
neergelegd bij de laagste stem, de bas.
Naast deze complexe ritmiek komt ook het andere uiterste voor: bijzonder daarin zijn vooral de momenten
waarop alle stemmen in lange noten tegelijk een tekst ten gehore brengen, zoals in het Gloria op de tekst
'Jesu Christe' en in het Credo op de tekst 'Ex Maria Virgine'.
Ook erg kenmerkend in deze mis is de manier waarop de slotakkoorden (meestal open kwinten) bereikt worden:
het voorlaatste akkoord vormt dan een voorhouding waarin niet alleen de zevende maar ook de vierde trap
verhoogd wordt. Wellicht lastig voor te stellen van papier, maar bij het beluisteren komt hier onmiskenbaar
het middeleeuwse karakter naar voren. Ook in de manier van zingen, met name hier en daar middels de
klinkervorming, probeert Erato het middeleeuws karakter tot uitdrukking te brengen.
De Messe de Nostre Dame, gezongen door Kamerkoor Erato o.lv. Roel Griffioen, met speciaal door Coen Vermeeren geschreven propriumdelen, als aanvulling op de ordinarium misdelen van Machaut.
Kyrie
Gloria
Ave Maria, o auctrix vite Coen Vermeeren (1962- )
Credo
O aeterne Deus
Coen Vermeeren
Sanctus
Agnus Dei
Ite missa est
20.00 uur, Oosterkerk
€ 15,00 / CJP € 7,50