Het Valkhof Strijkkwartet

Strijkkwartetten uit de 18de eeuw

Luigi Boccherini (1743-1805): Quartettino in G groot, opus 44 no. 4 (1792)
    Presto
    Tempo di Minuetto en Trio

Joseph Haydn (1732-1809): Kwartet opus 54 no. 2 (1788)
    Vivace
    Adagio
    Menuetto en Trio
    Finale adagio-presto-adagio

Joseph Haydn (1732-1809): Kwartet opus 77 no. 1 (1799)
    Allegro moderato
    Adagio
    Menuetto en Trio
    Finale vivace

Toelichting op het programma
Dit programma brengt strijkkwartetliteratuur uit de 18de eeuw op zijn best. Boccherini en Haydn zijn de componisten die ervoor tekenen.
In Italië geboren en getogen kwam Boccherini via Parijs op 26 jarige leeftijd aan het hof van Madrid terecht. Daar heeft hij de meeste werken van zijn omvangrijke oeuvre gecomponeerd, ondermeer omvattend 54 strijktrio's, 94 strijkkwartetten en 125 strijkkwintetten. Tussendoor is hij zelfs nog enkele jaren hofcomponist geweest aan het hof van Frederik Willem II van Pruisen. Hij viel op latere leeftijd in Madrid in ongenade en stierf in armoede.
Kamermuziek vormt het grootste deel van zijn composities. Hij heeft twee zogenaamde quartettino's geschreven waarvan wij het eerste uitvoeren. De naam 'La Tirana Spagnola' is gekozen vanwege de Spaanse nationale dans de tirana. Dit dansritme en thema geven het tweedelige werkje een vrolijk en onbekommerd karakter. Daarmee is het een uitstekend stuk om een concertprogramma te openen.

Joseph Haydn (1732 Rohrau, 1809 Wenen): Kwartet opus 54 no. 2
Dit kwartet is een van de 12 zogenaamde 'Tost'-kwartetten, genoemd naar Johann Tost die in 1783 als violist werd aangesteld aan het hof van paleis Esterhazy en deze kwartetten in 1788 te Parijs verkocht aan de uitgever Sieber. Het eerste deel begint met een vraag (vijf maten) gevolgd door een generale pauze, waarna het antwoord volgt, opnieuw vijf maten, en dan weer een generale pauze. Dit hoofdthema wordt daarna in vrijwel alle toonsoorten uitgewerkt. Het adagio is eigenlijk een strijktrio waartegen de eerste viool een coloratuur-aria schijnbaar improviseert. Het gaat vrijwel meteen over in een menuet dat eigenlijk als een scherzo met jachtmotiefjes is op te vatten, gevolgd door het trio. De finale begint merkwaardigerwijs met een adagio in de vorm van een vioolsolo met begeleiding. Daarna volgt een rondo, gevolgd door het terugkerende adagio dat in pianissimo als een amen afsluit.

Kwartet opus 77, nr. 1.
De beide kwartetten van opus 77 zijn de laatste die Haydn geschreven heeft. Ze zijn opgedragen aan vorst Lobkowitz en ontstonden in 1799, hetzelfde jaar waarin Haydn begon aan de Jahreszeiten. Het kwartet opus 77 nr. 1 begint met een opgewekt Allegro moderato in een stevig mars-tempo. Het thema wordt op interessante wijze uitgewerkt, waarbij een leuk tweede thema wordt ingevoegd dat in de doorwerking en de reprise een ontspannend tegenwicht vormt tot het hoofdthema. Na een pianissimo afsluiting volgt dan nog een kort maar krachtig coda. Het Adagio-thema heeft een prachtige opbouw. Na een feestelijk unisono begin (forte) volgt een melodieuze eerste vioolpartij ondersteund door dragende tegenstemmen. Wat zich in het thema tussen opwinding en verstilling afwisselt komt uiteindelijk in een pianissimo afsluiting tot rust. In dit deel beleven we het intieme hoogtepunt van dit kwartet. Met vaart gaat het dan volgende Menuet over in een trio met landelijk karakter waar in het laatste stukje driemaal een roep van de koekoek te horen is.Een verrukkelijk Finale-presto vormt het laatste deel van dit strijkkwartet.

Vermeldenswaard is verder dat alle vier de instrumenten die door het ensemble worden bespeeld, zijn gebouwd door de primarius, Fons Plasschaert, respectievelijk in 1995 ( 1e viool), 1993 (2e viool), 1989 (altviool) en 1997 (cello).

14.30 - 15.30 uur, Oosterkerk
€ 10,00 / CJP € 5,00