Hadewijch
Zondag 6 juni 2010
Foreestenhuis, 15.30 uur
Programma
| 1. | Alse ons dit nuwe jaer ontsteet
lied 40, op melodie van Moniot d'Arras |
|
| 2. | Altoes mach men van minnen singhen lied 8, anonieme Franse melodie (De penser a vilanie) |
|
| 3. | Die tijt vernuwet ende tegheet lied 20, melodie van Gace Brulé |
|
| 4. | De voghelen hebben lange geswegen lied 9, melodie van Thibaut de Champagne |
|
| 5. | Die tijt vernuwet met sinen jaren lied 33, melodie van de hymne Jesu dulcis memoria |
|
| 6. | Die tekene doen ons wel in scine lied 3, melodie van Moniot d'Arras |
|
| 7. | Ay, in welken soe verbaerd de tijt lied 45, melodie van de sequens Mariae praeconio |
Hadewijch en haar liederen
Aanleiding voor dit bijzondere concert is de vorig jaar verschenen uitgave van de Liederen van Hadewijch, door Veerle Fraeters en Frank Willaert.
Hadewijch leefde in het midden van de dertiende eeuw, vermoedelijk als leider van een begijnengemeenschap in de buurt van Antwerpen of Brussel, en was in haar eigen tijd, het begin van de dertiende eeuw, al een beroemde priores van een klooster bij Luik. Zij schreef visioenen, brieven, mengeldichten en ook andere, mystieke gedichten, die tot voor kort traditioneel 'strofische gedichten' werden genoemd.
Hadewijch kennen we alleen door haar overgeleverde werken. Die getuigen van een alles overheersend mystiek verlangen naar vereniging met God. Minne, noemt Hadewijch God consequent in haar liederen, en 'minne' is ook het woord voor de liefde die ze voor hem koestert. De mystieke minnaar heeft een moeilijke weg te gaan, vol zware offers. Alles moet wijken wil men werkelijk Minne bereiken.
Wat Hadewijch meemaakte op de extatische momenten dat ze God schouwde, kon ze nauwelijks in woorden vatten. Van andere mystieke vrouwen weten we dat ze in vervoering op de grond lagen en jubelliederen zongen. Over Hadewijchs leven weten we weinig. Volgens een zestiende-eeuwse bron is ze uit Antwerpen afkomstig. Ze lijkt inderdaad in Brabant, in het gebied tussen Antwerpen en Brussel, actief te zijn geweest. Mogelijk was ze een begijn en leidde ze een groep gelijkgestemde vrouwen, die ze in haar brieven als 'vriendinnen' aanspreekt. Ze moet rond het midden van de dertiende eeuw geleefd hebben, blijkt uit summiere aanwijzingen.
Van Hadewijch zijn 45 liederen bewaard, dat wil zeggen, 45 teksten. Dat ze die schreef om te zingen, kan alleen op indirecte wijze worden afgeleid, uit ontleningen en uit de vorm van de teksten. Hadewijch blijkt voor haar gedichten uit te zijn gegaan van bestaande melodieën. In enkele gevallen konden Latijnse liturgische gezangen worden geïdentificeerd, in andere gevallen moet ze van melodieën van Franse dichters zijn uitgegaan. Ze had een voorkeur voor de trouvères, die in de dertiende eeuw vooral in Arras actief waren. Hun liederen zijn in talrijke manuscripten overgeleverd, niet alleen de teksten, maar ook de muziek, die ze vaak zelf componeerden. Via die omweg kunnen we Hadewijchs liederen weer tot klinken brengen.
Deze uitvoering wordt gegeven naar aanleiding van de recente uitgave Hadewijch - Liederen, uitgegeven, ingeleid en toegelicht door Veerle Fraters en Frank Willaert (Groningen: Historische Uitgeverij 2009), met een reconstructie van de melodieën van 19 van de 45 liederen door ondergetekende. Het boek gaat vergezeld van vier cd's, waarop de liederen worden gezongen door de Vlaamse zangeressen Agnes Degraaff, Els Janssens en Els Van Laethem. Zij treden hier vanmiddag ook voor u op.
Louis Peter Grijp[terug naar boven]
