Zondag 6 juni 2010
Foreestenhuis, 12.45 uur
Programma
Uit handschrift Torino, Biblioteca Nazionale, J.II.9 (ca.1413)
drie iso-ritmische motetten:
- Victima laudum pascalis; Victimis in pascalibus;
[Victime paschali] (Four-voice anonymous motet) - fol. 59 - Incessanter expectavi; Virtutis ineffabilis; [Alleluya]
(Three-voice anonymous motet) - fol. 69v-70 - Alma parens nata nati; O Maria stella maris; Alleluya
(Four-voice anonymous motet) - fol. 73v-74
Daan Manneke (*1939)
Uit "Cinque canti" (2002):
- Os lingua
- Splendore
- Luci diurne
- Te lucis ante terminum
Klaas Govers (*1950)
- Uit 'Alleluia Exivi' en andere stukken (1979):
- Alleluia Exivi
- Uit twee liederen (1977):
- La beauté
Uit handschrift Torino, Biblioteca Nazionale, J.II.9 (ca. 1413):
Wereldlijke werken (rondeaux):
- Puis que sans vous querons nostre plaisir
(anonymous rondeau) fol. 149 (2/2). - Qui n'a le cuer rainpli de vraie joie
(anonymous rondeau) fol. 152v - Je la remire la belle (anonymous rondeau ) fol. 152v
- Gloria
fol. 32v-34 - Credo
fol. 34v-37
Voor de werken uit het handschrift Torino, Bib. Naz. J.II.9 is de editie van Richard Hoppin (Corpus mensurabilis musicæ, dl. 21, 1961) gebruikt.
Het ensemble
Ensemble QYtet is een initiatief van Gerard Smits en
Felix van den Hombergh, om zeer oude polyfone muziek te
combineren met moderne werken die daarop voortborduren. Daarbij wordt ook gedacht aan traditionele polyfonieën
uit bijvoorbeeld Sardinië en Georgië. De groep wordt wisselend samengesteld uit koordirigenten,
zangdocenten en freelance zangers.
Voor deze gelegenheid bestaat het ensemble uit:
Martje de Voogd - sopraan
Brigit de Klerk - alt-mezzo
Erik van Halderen - tenor
Felix van den Hombergh - bariton
Gerard Smits - bas
Het handschrift Torino Biblioteca Nazionale, J.II.9
In het begin van de veertiende eeuw trouwde Janus I van Cyprus met Charlotte de Bourbon. Hiermee werd onder andere een sterke uitvalspost voor de kruistochten gecreëerd, maar ook bracht het de Franse hofkunst naar het Midden-Oosten. In haar gevolg moeten met Charlotte de Bourbon ook enkele componisten en andere musici zijn meegereisd. Hun werken zijn te vinden in het handschrift dat bekend staat onder het Bibliotheek-siglum "Torino Biblioteca Nazionale J.II.9".
Het had weinig gescheeld, of we hadden het handschrift J.II.9 niet meer onder ons gehad. In 1904 woedde er een grote brand in de bibliotheek van Turijn, die ook dit boek beschadigd heeft. Vele andere boeken gingen geheel verloren. Vooral bijzonder is dat de werken die in dit handschrift staan nergens anders zijn aangetroffen, dit in tegenstelling bijvoorbeeld tot werken van Machaut en andere tijdgenoten. Het is altijd in handen van het hof van Savoy gebleven (hoewel dat niet te bewijzen valt) tot het opging in de hertogelijke bibliotheek.
De schade aan het Cypriotisch-Franse manuscript beperkt zich gelukkig tot de randen, zodat de meeste noten en teksten nog goed te ontcijferen zijn. Dit hebben Heinrich Besseler en Richard Hoppin in resp. de jaren '20 en '50 van de vorige eeuw gedaan.
Het manuscript bestaat uit meerdere delen, waaronder ten eerste een aantal Gregoriaanse officies (onder andere voor de Oosterse heilige Hilarion), enkele miscomposities, isoritmische motetten en wereldlijke werken als virelais en rondeaux. Veel werken zijn maar op één of twee van de stemmen geteksteerd, dat wil dan zeggen dat de andere stemmen waarschijnlijk op een instrument werden gespeeld. De voor vandaag geselecteerde werken hebben op een enkele uitzondering na bij alle stemmen tekst en we mogen aannemen dat ze dan ook zuiver vocaal zijn uitgevoerd, en misschien zelfs bedoeld. Gemeenschappelijk kenmerk van de werken is dat er van geen van de stukken een componist bekend is. In haar studie over dit manuscript maakt Andrée Giselle Simard melding van Jean Hanelle en Gilet Velut, maar deze namen staan niet in het handschrift vermeld.
De stijl van de stukken laat zich indelen in de 'Ars Nova', meer precies 'Ars subtilior'. Letterlijk betekent Ars Nova 'nieuwe kunst', dit in tegenstelling tot de 'Ars Antiqua' veel vrijer was in (notatie van) ritme. De Ars subtilior is daar de laatste uitloper van, waarin de ritmische vrijheid steeds groter werd. In de motetten is duidelijk isoritmie te ontdekken: de (Gregoriaanse) melodie die aan de onderstem ten grondslag ligt is opgedeeld in vaste ritmische patronen, waarboven de andere stemmen andere, snellere ritmische patronen brengen met vrije melodieën.
Afwisselend met deze begin-15e eeuwse anonieme composities zingen we van Daan Manneke vier van zijn 'Cinque Canti, geschreven voor het Egidius Kwartet, dat al enige malen bijzondere gast was van het festival Oude Muziek Nu. In de 'Cinque Canti' is nog meer dan in andere werken de invloed van de Ars Nova op het werk van Manneke merkbaar, zeker in het derde deel en in de 'Hoquetus' uit deel 5. Hierbij wordt de melodie per noot opgedeeld tussen de verschillende stemmen. De harmonieën maken het onmiskenbaar tot een moderne compositie.
Een andere componist die zich ook sterk door de Middeleeuwen laat inspireren, en helaas veel minder bekend,
is de Noordhollandse
Klaas Govers. In het 'Alleluia: Exivi' is de bovenstem geheel het Gregoriaanse
Alleluia van de zondag voor Hemelvaart. De andere twee stemmen volgen het vloeiende ritme met sonore parallellen.
In het wereldlijke 'La beauté' is de ritmische vrijheid tussen de stemmen juist het Middeleeuwen terug te voeren
kenmerk. In dit werk heeft Govers meer dan anders een harmonisch oogmerk gehad.
[terug naar boven]
