Latijns-Amerikaanse en Spaanse barokmuziek


door




Het Festivalkoor o.l.v. Hans Noyens




Vocaal Ensemble Cantatrix o.l.v Adrián Rodríguez Van der Spoel












Carlos Patiño: grootmeester van de Spaanse barok



Festivalkoor o.l.v. Hans Noyens



Programma

Psalm 116, Laudate Dominum omnes gentes à 12
Maria, mater dei *
Salve Regina, à 12

Instrumentaal intermezzo - theorbe:
Johann Hieronymus Kapsberger (ca. 1580-1651):
Uit : Libro IV d'intavolatura di chitarrone (Rome, 1640)
       - Toccata 7ma

Salve regina à 4
Psalm 109, Dixit Dominus

Instrumentaal intermezzo - theorbe:
Uit : Libro IV d'intavolatura di chitarrone (Rome, 1640)
       - Passacaglia

Salve Regina à 6
Psalm 147, Lauda Jerusalem


De musici
David van Ooijen, theorbe
Wouter Verschuren, dulciaan
Mark Heerink, orgel
Maria Vahervuo, violone


De zangers
Sopraan: Jessie Ehlhart, Joke Leenders, Bernadette van               Leeuwen, Pauline van der Meer (* solo)
Alt:         Siebe Haagsma, Nicolet Jansen, Yvonne Koningen
Tenor:     Ton Edelbroek, Hans Erbrink, Hein Putter
Bas:        Frits Hali, Rien Klarenbeek


Leiding: Hans Noyens


Het verhaal bij de muziek
Het Spanje van Philips de IV was één van de Europese grootmachten; niet alleen veel overzeese bezittingen, maar ook de Nederlanden, Milaan en Napels vielen onder het Spaanse regime. Het bij elkaar houden van dat immense rijk was geen sinecure! Vooral de interne strubbelingen met de autonome provincies Andalusië, Catalonië en de koninkrijken van Aragon, Castilië en Potugal leverden Philips veel kopzorgen. Dat had alles te maken met de 'oude' privileges van de Castiliaanse adel en de gevolgen daarvan voor de belastingheffing!
Toen ook al….
Philips IV was dan misschien niet de meest doortastende strateeg, hij was wel een groot verzamelaar van kunstwerken en vooral een liefhebber van theater en schilderkunst. Hij liet geen gelegenheid voorbij gaan om zijn honger naar kunst te stillen; en zelfs de kleinste militaire successen werden groots op het doek gezet door zijn hofschilder Diego Velazques.

Het is in deze geest, waarbij het verval Spaanse rijk werd gemaskeerd door kunstzinnige overdaad, dat Carlos Patiño leefde en werkte. Hoewel weinig van hem bekend is, kan gerust gesteld worden dat hij één van de meest vooraanstaande componisten onder het bewind van koning Filips IV van Spanje was. Geboren in Cuenca werd hij al op jonge leeftijd ingewijd in het klooster en als zanger van de plaatselijke kerk. In 1612 werd hij vervolgens koorknaap aan de kathedraal van Sevilla, waar hij kennis maakte met het werk van Alonso Lobo, degene die de meeste invloed op zijn vorming heeft gehad. In 1623 bracht hij het tot kapelmeester en organist van de Sagrario van de kathedraal van Sevilla en enkele jaren later werd hij tot kapelmeester benoemd van de Madrileense Real Capilla. Daar volgde hij zijn rivaal, de 'Vlaming' Mathieu Rosmarin (Mateo Romero) op.

Hoewel hij goed op de hoogte was van de internationale ontwikkelingen in de muziek van zijn tijd, verkoos hij aanvankelijk de polyfonie, de 'prima prattica', van de Spaanse school van Francisco Guerrero, die hij had leren kennen via zijn leraar Alonso Lobo, zelf een leerling van Guerrero. Toch wist Patiño zich ook snel de nieuwe technieken van de 'seconda prattica' oftewel de 'stile moderno' eigen te maken. Bij die techniek vormde de tekstexpressie, de declamatie van het gesproken woord, een belangrijk uitgangspunt.

Het uitgevoerde programma laat stukken in beide stijlen zien. Interessant is daarbij een vergelijking tussen de verschillende zettingen van het Salve regina, alle op dezelfde antifoon gebaseerd. De zetting voor 6 stemmen is het meest duidelijkst in de polyfone stijl geschreven waarbij karakteristieke tekstgedeelten homofoon zijn gezet: "et spes nostra", "misericordes oculos" etc. De 4-stemmige versie is compact, maakt gebruik van heterofonie (één zelfstandige stem tegen 3 gelijkopgaande stemmen) en de homofone tekstblokken zijn duidelijk als hoekstenen van de compositie merkbaar.De 3-korige zetting combineert polyfonie en homofonie: het begin lijkt sterk op het begin van de andere twee composities, maar vanaf "clamavit ad te" wordt de nieuwe, homofone stijl met tekstdeclamatie steeds pregnanter.
Dat zien we ook sterk terug in de 3-korige psalmzettingen Dixit Dominus, Lauda Jerusalem en Laudate Dominum Omnes gentes. Kleurverschillen ontstaan door het hoge koor SSAT dat contrasteert met de andere twee koren: SATB. Met eenvoudige middelen weet Patiño een verbluffende tekstexpressie te bereiken. In de monumentale doxologieën (lofprijzing, slotformule aan het eind van de psalmen) geeft de componist de samenvattende grondgedachte mee van de psalm. Tenslotte voegt Patiño in het dubbelkorige motet Maria, mater dei, nog een ander element toe uit de 'seconda prattica', dat van de monodie, de solo-stem als extra kleurelement van het concerterend principe; zo ontstaat naast de solo-stem, het favorietkoor en de cappella. Ook de laatste frase van dit motet, waarin de tekstregels van het Ave Maria terugkomen, werkt als een afsluitende samenvattende doxologie.

HN


Hans Noyens
Studeerde koordirectie bij Cees Rotteveel aan het Brabants Conservatorium en piano aan het Conservatorium in Maastricht. Tevens volgde hij de studie Muziekwetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Na het behalen van het diploma Uitvoerend Musicus Koordirectie zette hij zijn studie voort bij Eric Ericson in Stockholm. Daarnaast volgde hij cursussen bij Frieder Bernius, Daniel Reuss en Jos van Veldhoven. Als zanger was hij actief bij ensembles als Currende (Brussel), Cappella Amsterdam en de Nederlandse Bachvereniging. Hij werkte bij de NPS als programmasamensteller voor Radio 4, en doceerde koordirectie aan de Meerjarige Dirigenten Opleiding in Utrecht (MDO). Momenteel werkt hij als adviseur vocale muziek bij Kunstfactor, het landelijk sectorinstituut voor de amateurkunst. Hij dirigeert o.a. het Leids Kamerkoor, Arte Vocale in Hengelo en verschillende projectenensembles.




[terug naar boven]














Cantatrix rond de kribbe



El pesebre: Barok in Kerstmuziek uit Hispano-Amerika en Spanje



Deel 1 La Madre - De Moeder

Processie: O Virgen Maria (Anoniem, Guatemala, ca. 1600)
Motete: Ego Flos Campi (Francisco Guerrero, Spanje, 1528-                          1599)
Motete: Maria rosa, Candida (Francisco Berges, †1702)
Ricercada: 1º tono (Diego Ortiz, Spanje, 1510- Italië, 1570)
Cantica: Magnificat (Diego de Pontac, Spanje, 1603-1654)
Verso: 1º tono (Domenico Zipoli, Italië, 1688-Argentinië,
             1726)
Letanie: La Salve para la Virgen (An, Chiquitos, Bolivia, ca.                                      1750)


Deel 2

El Niño en el pesebre - Het Kind in de Kribbe
Villancico: Los reyes siguen la estrella (F. Guerrero)
Motet: Magi viderunt stellam (Tomás Luis de Victoria, Spanje,                                   1548-1611)
Motet: O Magnum mysterium (T.L.de Victoria)
Ricercada: 2º tono (D.Ortiz)
Villancico: Dios es ya nacido (Anoniem, Guatemala, ca. 1600)


La Fiesta - Het Feest

Villancico: Venid, venid zagales (Alonso Xuares, Mexico, †1696)
Intermezzo: Jácaras (Gaspar Sanz, Spanje, eind 17de eeuw)
Villancico: Gozos de Nuestra Señora (Juan bautista Comes,                                         Spanje, 1582-1643)
Guineo: São qui turu zente pleta (Anoniem, Coimbra, Portugal,                                        1647)


Vocaal ensemble Cantatrix brengt een programma onder de titel
El pesebre, de kribbe, door het evangelie van Lucas symbool geworden voor de heilige geboorte. Een geboorte die door de eeuwen heen inspiratie heeft geleverd voor schrijvers, dichters, schilders, en uiteraard ook componisten.
Het programma op dit feestelijke thema stamt uit de Spaanse en Latijns-Amerikaanse barok. Dat Cantatrix in het Spaans zingt is maar een kleine stap voor een ensemble dat zich in een vorig programma Contrasts al eerder bewees met werk in zeer diverse talen.
De muziek in El pesebre reikt van de eenvoudigste coplas tot majestueuze dubbelkorigheid, en van onbekend anoniem werk tot de befaamde motetten van grootmeesters als Francisco Guerrero en Tomás Luis de Victoria. Het vocale repertoire in het programma, dat wordt afgewisseld met instrumentale intermezzi, bezingt de maagd Maria, de drie koningen, de herders, en natuurlijk het kindje Jezus.

Die Spaanse touch in het repertoire wordt aangebracht door enkele leden van
Musica Temprana en dirigent gastdirigent
Adrian Rodriguez van der Spoel, die opgroeide in Argentinië. Na zijn opleiding aan het Amsterdamse conservatorium legde hij zich toe op oude vocale muziek, onder leiding van specialisten als Paul van Nevel en Jos van Veldhoven.

Cantatrix
Wat in 1992 begon als een vriendenclub van twaalf mensen, is in zeventien jaar uitgegroeid tot een volwassen kamerkoor, dat op professionele wijze verschillende concertreeksen per jaar verzorgt. Onder leiding van vaste dirigent Geert-Jan van Beijeren Bergen en Henegouwen heeft Cantatrix nationaal en internationaal inmiddels een uitstekende naam opgebouwd, met aansprekende prestaties op grote concertpodia en in belangrijke concoursen.
De koorklank die het handelsmerk van Cantatrix vormt is in al die jaren onveranderd gebleven. Hierin schuilt het geheim van het koor: de combinatie van de hoge individuele zangkwaliteiten met de saamhorigheid en chemie binnen de groep. Het is dit geheim dat van het koor iets bijzonders maakt, waardoor elk concert van Cantatrix weer een indrukwekkende luisterervaring is.
In 2000 mocht Cantatrix een week lang een Engels koor vervangen in de kathedraal van Ripon bij York. De reis werd een groot succes, en het reisvirus heeft het koor sindsdien niet meer verlaten. In 2001 verzorgde het concerten in Laage (Duitsland). In 2004 werd Cantatrix geselecteerd voor een internationaal concours in het Italiaanse Arezzo, waar het de derde prijs behaalde in de categorie 'straordinario'. Ook gaf Cantatrix in dat jaar concerten in Fulda (Duitsland) en Crediton (Engeland). In 2005 slaagde het ensemble er weer in zich te plaatsen voor het concours in Arezzo, waar het nu zelfs de eerste prijs in de categorie 'straordinario' in de wacht sleepte. In 2007 werd Cantatrix geselecteerd voor deelname aan het 'Florilège vocal' in het Franse Tours. Ditmaal won Cantatrix de eerste prijs in de categorie 'renaissance'. In 2008 heeft het koor meegewerkt aan het succesvolle Fryske Requiem 'Opus Exit' en is de Cd "Contrasts" die met 4 sterren werd bekroond. In juli 2009 was Cantatrix op tournee in Italië, met als hoogtepunt de deelname aan het concours Seghizzi in Gorizia waar het ensemble maar liefst 5 prijzen in de wacht sleepte, waaronder drie 1e prijzen. In de finale moesten ze slechts één koor voor laten gaan, ze werden tweede.

Vocaal Ensemble Cantatrix



[terug naar boven]