(dirigent: Wolfgang Lange)
Programma
| Jan Pietersz. Sweelinck (1562 - 1621) |
Pseaume 121, Vers les monts j'ai levé mes yeux vierstemmig koor a capella |
| Marc-Antoine Charpentier (1643 - 1704) |
Beatus Vir, Psalmus David 111 (motet) vierstemmig koor met kistorgel |
| Clément Janequin (ca. 1485 - ca. 1558) |
Le Chant des Oyseaux vierstemmig gemengd koor a capella |
| Arthur Honegger (1892 - 1955) |
Trois Pseaumes Pseaume XXXIV Pseaume CXL Pseaume CXXXVIII eenstemmig koor met piano |
| Heinrich Sutermeister (1910 - 1995) |
Suite Chorale (teksten: Rene Morax) Choeur de la lumière - La musique - Berceuse de la Vierge - Chanson - Le vieux jardin - Polka vierstemmig koor a capella |
| Olivier Messiaen (1908 - 1992) |
O sacrum convivium, Motet au Saint Sacrement vierstemmig koor a capella |
| Jean-Philippe Rameau (1678 - 1764) |
Laboravi, Psalm 69, vs 2 (motet) vijfstemmig koor met kistorgel |
| Ton de Leeuw (1926 - 1996) |
Prière teksten uit de Koran vierstemmig koor a capella |
Oude Muziek van Vroeg tot Laat
De titel van het thema van dit festival verbindt de uiteenlopende composities binnen dit programma,
dat is samengesteld uit een selectie van vijf eeuwen koormuziek, waarbij de meeste werken Franstalig
en de meeste componisten van Franstalige origine zijn. De rode draad hierbij is de psalmtekst.
De toonzetting daarvan heeft tot sterk verschillende resultaten geleid. De ernst wordt doorbroken door
een enkel frivool chanson, een lied op wereldlijke tekst.
Enkele composities zijn gebaseerd op teksten die afkomstig zijn uit een klein boekje: het Sefer Tehillim of
Boek der Lofprijzingen, dat deel uitmaakte van de Hebreeuwse bijbel, het Oude Testament.
In de Griekse vertaling daarvan heetten de liederen en gebeden uit dit boekje de psalmoi of 'psalmen'.
De componisten hebben de van oorsprong Joodse psalmteksten leren kennen via de liturgie van de christelijke kerk.
Het Grieks werd gaandeweg vervangen door het Latijn en later, bij de Reformatie, door de verschillende volkstalen.
Voor menigeen zijn de psalmteksten waarschijnlijk bedekt met een flinke laag stof, zoals dat ook aan het einde van de
Middeleeuwen het geval was. Dat gold zeker voor die christenen die geen Latijn kenden en niet beschikten over een vertaling
van de psalmen in hun eigen taal. Maar ook al was dat wel zo geweest, dan wil dat nog niet zeggen dat zij ze zouden hebben begrepen.
Er moeten per slot van rekening vele eeuwen worden overbrugd om zicht te krijgen op de oorspronkelijke wereld van de psalmen.
Dat laatste is echter niet eenvoudig, want eigenlijk weten we over die wereld heel weinig. Van veel psalmen is niet bekend
uit welke tijd ze stammen en met welk doel ze zijn geschreven. Dat een groot deel in ieder geval niet 'van David' is,
wordt algemeen aanvaard. Maar de schattingen over de ontstaanstijd van sommige psalmen variëren van de
twaalfde tot de derde eeuw v. Chr.
Sinds het einde van de negentiende eeuw probeert men de psalmen in te delen in literaire genres en die
vervolgens te relateren aan bepaalde leefsferen. Dit biedt enige hulp bij de interpretatie van de soms
zeer duistere teksten. Zo'n indeling lijkt steun te vinden in de opschriften die de psalmen vanouds dragen;
de betekenis daarvan is echter zeer omstreden. De bekendste genres zijn die van de klaag- of smeekpsalm,
de vertrouwenspsalm, de bedevaartspsalm, het danklied en het loflied.
Veel psalmen vertonen overigens de kenmerken van meer dan één genre. Zo is psalm 69 (Rameau) een uitgesproken
voorbeeld van een klaagpsalm die naar het einde toe overgaat in een lied van vertrouwen.
Een andere klaagpsalm is psalm 140 (deel III Honegger).
Psalm 121 (Sweelinck) is een bedevaartspsalm, gezongen tijdens een bedevaart.
Een voorbeeld van een loflied is psalm 33 met de beginwoorden (in Franse vertaling) 'Resveillez vous…'
Het is waarschijnlijk niet toevallig dat dit toch wel dubbelzinnige wereldlijke werk van Janequin,
een loflied op de liefde, met dezelfde woorden begint. Nog een verbinding van een religieuze tekst
in wereldlijke context komt voor in een van de delen van de Suite Chorale, van de voor de meesten van ons
onbekende Zwitserse componist Sutermeister, een wiegelied van Maria voor haar pasgeboren Zoon.
Het is een fraai a capella werkje waarin Maria de mens Jezus toezingt, zoals iedere moeder dat doet voor haar
kind en hem voor de harde maatschappij waarschuwt.
Van een heel ander karakter, ook in het oeuvre van de componist Messiaen is het enige door hem getoonzette
liturgische werk O sacrum convivium, bedoeld voor de vesperdienst van Sacramentsdag, de tweede week na Pinksteren.
Het staat in de toonsoort fis-majeur, die Messiaen altijd gebruikt als hij het onovertroffene en het onmetelijke
wil uitdrukken. Tenslotte een alomvattend werk, een verbinding tussen Oost en West,
tussen nieuw en oud: Prière van Ton de Leeuw. De nietige mens komt tot inkeer en bewondert al hetgeen om hem
heen voel- en zichtbaar is: al het geschapene getuigt van de Schepper van het leven, de dood en de wederopstanding.
Wolfgang Lange
WATERLANDS KAMERKOOR
Het koor dankt zijn naam aan de mooie polders van Purmerend en omstreken. Het bestaat momenteel uit twintig leden,
die met enthousiasme streven naar kwaliteit in de uitvoering van koormuziek uit de afgelopen vijf eeuwen.
Het koor werd in 1975 opgericht door de bekende organist Jan Jongepier en zingt sinds 2000 o.l.v. Wolfgang Lange.
Jaarlijks geeft het koor een viertal concerten met in stijl uiteenlopende programma's in Purmerend en daarbuiten.
In 2007 zong het koor, op uitnodiging, een herdenkingsmis in de St-Pauluskerk te Antwerpen.
Grote projecten heeft het koor in het verleden uitgevoerd, zoals de Joh. Passie en de Hohe Messe van Bach,
Ein deutsches Requiem van Brahms, het Te Deum van Pärt en de Carmina Burana van Orff.
In november 2009 is het Brahms-Requiem opnieuw uitgevoerd, in Purmerend, Apeldoorn en Edam.
Op 23 april zong het koor de koralen van de Grote Orgelmis van Bach, in Purmerend met Tjeerd van der Ploeg op het Garrelsorgel.

Waterlands Kamerkoor
Informatie:
www.waterlandskamerkoor.nl
Reacties: info@waterlandskamerkoor.nl
WOLFGANG LANGE, dirigent
Hij studeerde hobo bij Han de Vries, Gerhard Turetschek (Wenen) en Christian Schneider (Keulen) en was
freelance-hoboïst in diverse orkesten en is mede-oprichter van het Helios Ensemble.
Hij studeerde koordirectie in Rotterdam bij Barend Schuurman en voor de Tweede Fase in Tilburg, waar hij in
2003 zijn masters degree haalde. Hij volgde lessen orkestdirectie bij o.a. Julius Kalmar te Milaan en nam
privé-lessen en volgde stages bij o.a. Timo Nuoranne, dirigent van Fins Radio Kamerkoor. Als dirigent en artistiek
leider van het Helios Ensemble realiseerde hij verschillende producties en cd-opnames, o.a. met werk van Daan Manneke.
Daarnaast is hij dirigent van het Utrechts Kamerkoor, het Eindhovens Kamerkoor, het Luna Kamerkoor en het
Gelders Bach Collegium, dat maandelijks cantatediensten in Apeldoorn uitvoert.
Zie verder:
lange.wk@gmail.com en
wolfgang@heliosensemble.nl
VAUGHAN SCHLEPP, begeleider op kistorgel en piano
Hij studeerde aan de Eastman School of Music te New York en behaalde daar zijn masters degree, met de
hoogste lof, voor piano. Daarna studeerde hij in Nederland klavecimbel bij
Gustav Leonhardt.
Hij geeft concerten, lezingen en masterclasses over de hele wereld en heeft tevens een groot aantal
radio-, televisie- en cd-opnames gemaakt. Als solist heeft hij gespeeld met orkesten in Nederland,
Australië en Amerika. Ook begeleidde hij artiesten als
Anner Bijlsma en Max van Egmond.
Bovendien werkt hij in Amsterdam als leraar en repetitor van zangers en instrumentalisten.
Sinds 1989 houdt hij zich intensief bezig met reconstructies van muziekmanuscripten en bewerkingen van
uiteenlopende partituren met behulp van de computer, in opdracht van de NOS, muziekuitgeverijen en vele
ensembles en solisten. Zie ook: vaughanschlepp@mac.com
[terug naar boven]
